fingering, worsted, dk, bulky… huh ?

Ok dit wordt best een lang verhaal! 😅

Ga er even voor zitten en neem er een bakkie koffie of glas wijn bij. Onderaan deze pagina staat ook een schema met de beknopte informatie die je kunt downloaden en bewaren. 😁

Vaak hoor ik “voor een trui heb ik toch 500 gram wol nodig”? Het enige dat ik daar op kan antwoorden, dat zou kunnen, maar het is afhankelijk van hoe dik je garen is en natuurlijk het patroon.

In nederland hebben we het over het algemeen over fijne, dunne en dikke garens. Dit zijn redelijk beperkte begrippen voor de hoeveelheid aan soorten garens die er zijn. Zeker als de ene persoon een garen dun noemt en de ander dat al weer een dik garen vindt.

In engelstalige landen hebben ze een breder jargon aan garen termen en die worden in patronen gebruikt om de gebruikte garens aan te gegeven zoals lace, fingering, sport, dk. of bv. worsted. Het voordeel daarvan is dat als je eenmaal weet wat de term inhoud je meteen weet, hoeveel meters er ± per 100 gram op een bol/streng zitten en voor welke naalden het garen geschikt is. Daarnaast is het ook makkelijker om een alternatief garen te vinden voor het patroon dat je wilt maken.

Om het lekker verwarrend te maken gebruiken de engelstalige landen niet overal dezelfde benamingen. Zo gebruiken ze in de UK en Australië graag 4 ply, maar wordt er ook de term fingering, sock of baby voor gebruikt. Maar andersom is niet elke fingering een 4 ply, want dat impliceert dat elke fingering ook uit meerdere draden zou bestaan en dat is niet zo. De term sock is voor ons vaak verwarrend omdat er dan gedacht wordt dat het speciaal voor sokken gemaakt is, maar ook dat hoeft niet (maar kan wel). Snappen jullie het nog? 😅

De ‘Craft Yarn Council’ heeft daarom voor internationaal gebruik een codering systeem met nummers opgesteld dat garenfabrikanten kunnen gebruiken om het type garen aan te geven. ‘Modegarens’ zoals bv. bouclé-, ketting- en mohairgarens hebben vaak een andere looplengte en aanbevolen naalddikte vanwege de constructie. Hieronder staan de nummer code’s met uitleg en voorbeelden. De nummer code’s bevatten een link die je ook naar de garens voert, de naalddikte die ik vermeld is voor breinaalden, in het schema dat je kunt downloaden staan ook de haaknaalden vermeld.

Code 0 – Lace

Andere namen voor Lace zijn oa: Fine lace, 1 ply, 2 ply, Single, Cobweb en Thread.

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte tussen de 600 – 1200 meter. De aanbevolen naalddikte is 1.5 – 2.25 mm met een stekenverhouding van 33 – 40 steken per 10 cm.

Lace garens worden bij kant-patronen ook vaak op dikker naalden gebreid om zo de opengewerkte structuur beter te laten zien zoals bijvoorbeeld in het sjaal patroon ‘Fine Lace defenition scarf’.

Lace garens met mohair zoals bv. ‘The Coloured Cat – Persian Fluf’ of de ‘Rowan – Kid Silk Haze’ kunnen ook makkelijk op een grotere naald worden gebreid. Doordat de haartjes van de mohair in elkaar grijpen, krijg je een luchtig maar toch warm breisel. Dit kan voor truien, maar ook voor shawls, afhankelijk van de transparantie die je wilt kun je dit dunne lace garen ook makkelijk op 4,5 mm breien.

Code 1 – Super Fine

Andere namen voor Super fine die vaker worden gebruikt zijn oa: Fingering, (meest gebruikt), Light Fingering, sock, 3 ply , 4 ply en Baby.

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte tussen de 400- 500 meter. De aanbevolen naalddikte is 2.25 – 3.25 mm met een stekenverhouding van 27 – 32 steken per 10 cm.

Fingering garens worden ook vaker op dikkere naalden gebreid, om bv een sjaal een betere valling te geven, zoals de ‘Lace Defenition scarf’ (het broertje van de bovenstaande sjaal).

In een gesprek gebruik ik meestal de term fingering voor dit gewicht, omdat ik dit de makkelijkste benaming vind, er ontstaan geen misverstanden over of iets al dan niet getwijnd is en of het al dan niet voor sokken geschikt is.

Een voorbeeld van een ongetwijnde fingering is de Madelinetosh – Tosh merino light. Een voorbeeld van een getwijnde fingering is The Coloured Cat – Purr-fect Twisted en een voorbeeld van een fingering die ook geschikt is voor het breien van sokken is The Coloured Cat – Soft Paws.

Patronen in dit garen zijn bv. ‘No Point Intended’ en ‘Tosh meets Artemis’

Code 2 – Fine

Andere namen die vaker gebruikt worden voor Fine zijn oa: Sport, Baby, 5 ply.

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte tussen de 300 – 400 meter. De aanbevolen naalddikte is 3.25 – 3.75 mm met een stekenverhouding van 23 – 26 steken per 10 cm.

Een voorbeeld van een glad sport garen is de Madelinetosh – Tosh sport. Een ander voorbeeld van een sport garen is de Fonty – Alpaga en de Rowan Felted Tweed. Deze laatste heeft veel meer meters op een bolletje en dit komt door de manier van spinnen die vrij los is, daardoor krijgt het breisel ook een geheel ander uiterlijk dan wanneer je het in de Madelinetosh – Tosh sport zou maken.

Code 3 – Light

Andere namen voor Light die vaker gebruikt worden zijn oa: DK (Double knit), Light worsted, 8 ply.

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte tussen de 240 – 300 meter. De aanbevolen naalddikte is 3.75 – 4.5 mm met een stekenverhouding van 21 – 24 steken per 10 cm.

Een voorbeeld van een getwijnd DK garen is de The Coloured Cat – Maine Coon DK. Een ander voorbeeld van een DK garen is de Tulliver Yarn – Blue Faced Masham DK en de Malabrigo – Susurro. Deze Maine Coon Dk is een wat harder getwijnd garen waardoor het een steviger en gladder breisel geeft, de Blue Face Masham is wat losser gesponnen waardoor er een wat wolliger beeld ontstaat en de Susurro is een enkeldraadsgaren dat door de linnen en zijde een licht glanzend beeld geeft.

Code 4 – Medium

Andere namen die vaker gebruikt worden voor Medium zijn oa: Worsted (amerikaans), Aran (engels), Afghan, Tripple Knit, 10 ply

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte tussen de 120 – 240 meter. De aanbevolen naalddikte is 4.5 – 5.5 mm met een stekenverhouding van 16 – 20 steken per 10 cm.

Een voorbeeld van worsted garen is de Cascade – Cascade 220 heathers. Een andere voorbeelden van een worsted garen zijn de Malabrigo – Rios, The Coloured Cat – Colocola en Fonty – Polaire. De Rios is een gladder garen en de andere 3 zijn wat wolliger.

Code 5 – Bulky

Andere namen die vaker gebruikt worden voor Bulky zijn oa: Chunky, Craft, Rug, Double Double knit, 16 ply.

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte tussen de 100 – 130 meter. De aanbevolen naalddikte is 5.5 – 8 mm met een stekenverhouding van 12 – 15 steken per 10 cm.

Een voorbeeld van bulky garen is de Fonty – Pole, aangezien onze winters niet zo heel extreem koud zijn wordt dit garen meestal alleen voor mutsen en sjaal gebruikt. Om een Bulky garen look te krijgen kun je natuurlijk ook meerder draden samen breien, dit kan leuke kleur effecten opleveren, maar dat is voor een ander blog. Een voorbeeld patroon in een bulky garen is de ‘Hood & Pocket scarf’.

Code 6 – Super Bulky

Andere namen die vaker gebruikt worden voor Super Bulky zijn oa: Super Chunky of Roving.

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte minder dan 100 meter en meer dan 50 meter. De aanbevolen naalddikte is 8 – 12.75 mm met een stekenverhouding van 7 – 11 steken per 10 cm.

Een voorbeeld van super bulky of super chunky garen is de Malabrigo – Rasta, een prachtig dik handgeverfd garen voor heerlijke dikke sjaals, dekens, mutsen en wanten zoals de ‘speedy mits’ en de ‘Cowl Cape’.

Code 7 – Jumbo

Een andere naam die vaker gebruikt worden voor Jumbo is Roving.

Per 100 gram heeft dit garen een looplengte van minder dan 50 meter. De aanbevolen naalddikte is 12.75 mm en groter met een stekenverhouding van 0-6 steken per 10 cm, 0 klinkt wat raar, maar soms is het garen zo dik dat een halve steek 1 cm beslaat.

Op het moment hebben we geen Jumbo garens meer in de collectie. In het verleden hebben we wel dikke lontwol voor kussens en poeven gehad. Wil je toch het uiterlijk van een jumbo garen, brei of haak dan 2 of 3 draden van de Malabrigo -Rasta samen.

Handig! Een overzicht schema om te bewaren

2 gedachten over “fingering, worsted, dk, bulky… huh ?”

  1. Heel veel dank hiervoor!
    Het blijft voor mij altijd een beetje raden voor de naalden en of de dikte niet te dik of te dun is.
    Groeten, Marga

    Beantwoorden
    • Hi Marga,
      Fijn dat je er wat aan hebt!
      Voor mij is de beste graadmeter naast de aanbevolen naalden nog altijd een proeflapje.
      Ik weet dat veel mensen dat zonde van de tijd vinden, maar het helpt echt.
      Je kunt dan naast de stekenverhouding testen ook voelen of het lapje rekbaar is en terug veert of dat het te stevig is of juist slap blijft. Aan de hand daarvan kun je kijken of het geschikt is voor het project dat jij wilt maken. Of dat je met een andere naalddikte nog een test moet maken zodat het lapje een betere valling / rekbaarheid heeft.

      Groeten, Marijke

      Beantwoorden

Plaats een reactie